Vrijdagavond hoort geen clubavond te zijn
Vrijdagavond moet je met je voeten op tafel, achterovergeleund, hangend op de bank, bier en chips binnen handbereik, bijkomen van een drukke werkweek of, als je net als ik pensionado bent, tot rust komen van alle opdrachten die moeder de vrouw de hele week door aan je gegeven heeft. Maar vrijdagavond hoort geen clubavond te zijn. Gelukkig is het bij onze vereniging dan ook niet het geval. Maar soms, meestal toch nog te vaak, moet je als speler van het avondteam, en ik weet het, je hebt jezelf daarvoor opgegeven, het is allemaal je eigen schuld, toch op vrijdag op komen draven. Want je moet uit tegen een club waar ze wel het onzalige idee hebben gehad om op vrijdagavond hun clubavond te doen. De club zal wel opgericht zijn door werkelozen ofzo, denk je dan. Of mensen die geen vrouw hebben. Of misschien juist mensen die wel een vrouw hebben. Kan ook nog.
Dus dan moet je op een mooie vrijdagavond helemaal naar Bergen op Zoom. Na eerst de hele week extra opdrachten gedaan te hebben voor moeder de vrouw want anders mocht je niet. En bergen op Zoom is ver, te ver? Nou, het is niet zo ver als Sas van Gent. Maar voor een vrijdagavond is het toch nog een heel eind. Parkeren is ook lastig in Bergen op Zoom. En dat terwijl er toch ruimte zat is bij de school waar gespeeld wordt. Maar daar mag je dan weer niet gaan staan. En dan is er nog die school. Ik vind Bergen op Zoom een sportieve club met gezellige leden tegen wie ik graag mag spelen, maar, en met alle respect en niks ten nadele van de club, als bestuurslid wetende hoe moeilijk het is om speelruimte te vinden, maar die school is me van een droefenis … ongezelligheid ten top, ook als zijn de consumpties bijna zo goed als gratis. Voor de teamwedstrijd waren er natuurlijk 4 borden afgescheiden van de clubcompetitie neergezet. Voor de clubcompetitie heb ik, ik denk, een kleine 14-tal borden geteld. Daarvan waren er uiteindelijk 4 bezet. En ik begrijp dat wel. Kijk, als je dan op vrijdagavond moet spelen dan moet daar wel wat gezelligheid tegenover staan. Met liefde en plezier zou ik op vrijdagavond spelen in Café Zaal D’n Beer waar ze in Rosmalen vertoeven (maar die spelen dan weer op maandag). Een bruin café waar je nog kunt uitwijken naar het biljart als het schaaktechnisch helemaal mis gaat. Maar deze school … het is het niet.
Als schaker op leeftijd merk ik een verandering in mijn spel. Het rekenen wordt wat minder om niet te zeggen, holt achteruit. Afgelopen donderdag werd dat weer duidelijk tegen Nico Pol. Ik speelde 31. a4 waar ik Tf8 had moeten spelen. Wel gezien maar bij het berekenen raakte alles na een zet of 3 door de war. Niet dat ik verloor of slechter kwam te staan. Uiteindelijk won ik de partij, maar toch, het rekenwerk wil niet meer vlotten.
En natuurlijk zie ik ook veel minder dan vroeger. Zoals mijn partij van zaterdag tegen Luuk van Dongen uit Zundert. Zie ik na zijn uitermate slechte 15e zet gewoon over het hoofd dat ik simpelweg een stuk kan winnen.
Hoe komt het dan dat ik toch lang niet verkeerd schaak, vraag ik mijzelf dan af? Tijdens een lange wandeling die paradox overdenkend kwam ik tot het volgende. Ik kijk naar de stelling en reken. Maar dat rekenen houdt vrij snel op want ik raak van al dat gereken in de war. Met een diepte van twee zetten heb ik het wel zo’n beetje gehad. Dus ik staar een beetje naar het bord en overweeg. Misschien moet ik eens een stuk ontwikkelen? Wat als ik die pion offer? Oh, kijk, daar zit iets van een dreiging in! Wat ook helpt is het boek “Forcing Chess Moves” van Charles Hertan dat ik ooit gekocht heb en waarvan ik de inleiding gelezen heb. Dat heeft mij geleerd dat je moet zoeken naar zetten die je tegenstander dwingen. Dat vereenvoudigt het rekenen. Maar dan moet ik daar wel aan denken, en dat vergeet ik nog weleens. Uiteindelijk is, al wandelend, mijn conclusie dat ik een oude les van Donner volg. Je doet een zet waarvan je denkt, dat is een goede zet want dat stuk hoort daar.
En dan heb ik natuurlijk nog mijn partij op die vrijdag avond. Tegen Bas van de Putte. Goeie gozer, zal ik maar zeggen. Volgens mij geneerde hij zich zelfs dat hij won. Ik troost mij dat ik Bas in een toch al niet heel gezellige omgeving waarschijnlijk het grootste deel van de avond een hele slechte avond bezorgd heb. Hij kwam me toch een partij slecht te staan!!! En dat al vrij snel in de opening, een experiment van hem, het aangenomen damegambiet. Ik vraag me af of hij dat nog een keer gaat herhalen. Ik geef de partij helemaal. Ik doe het op de 39ste zet fout. Ik kan op dat moment mat in 10 geven, maar de lezer snapt het al, ik heb het niet kunnen uitrekenen. Bas wel. Maar die had een makkie. Mat in één.
En dan werden er nog die andere partijen gespeeld. Sander won, Nico deelde in de smart en verloor. En Hans, Hans won, op tijd! En dat ging als volgt. Hans had natuurlijk weer wat geofferd en de tegenstander verbruikte veel tijd. In de slotstelling staat Hans minder hoewel misschien niet verloren hoewel ik, Hans zijn eindspel techniek kennende, de kans groot acht. Zijn tegenstander, geplaagd door tijdnood, doet een zet en drukt de klok in. Even later constateer ik dat mijn klok loopt terwijl ik toch echt dacht dat Bas aan zet was. Dus ik kijk naar de stelling en zie niets verandert. Enigszins in de war ga ik te rade bij Bas. Die is er ook echt van overtuigd dat hij aan zet is en ik druk mijn klok in. Waarom is dit belangrijk vraagt u zich misschien af. Dat is om dat de tegenstander van Hans in de tijdnoodstress de verkeerde klok indrukte om daarna rustig te gaan zitten wachten tot zijn alsmaar doorlopende klok de vlag deed vallen. Gezien dat hij veel minder dan een minuut op de klok had was dat zo gebeurd.
Zo speelden we uiteindelijk voor de vierde keer gelijk.




Het is weer echt ouderwets genieten van alle verslagen.
Ben blij dat die ellende, genaamd: werken, voorbij is. Dan blijft er, buiten de genoemde klusjes van moeder de vrouw, voldoende tijd over voor een fantastisch verslag.
Oh ja, Leon is ook gestopt met werken. Dat leest U in het andere verslag. (Van het tweede.)
Opmerkelijke strategie Joost, over die dwingende zetten. Ik hou er juist van om de tegenstander gelegenheid te bieden om een fout te maken. Ik vrees altijd dat ik goede zetten afdwing! Verdwalen in de opties zie ik liever!